De eerste keer dat ik - per ongeluk overigens!- schaduwen fotografeerde
is zeker al veertig jaar geleden. In een dorpje in de Drôme – Les Pilles
– maakte ik een fotoproject voor mijn eigen plezier. Ik fotografeerde
lopend op de weg om de tien meter recht vooruit, naar links, recht achteruit
en naar rechts.
Het hele project leverde 120 foto’s op. Die drukte ik zwart/wit af op
40x40cm. Het resultaat was een soort film effect. Het geheel werd indertijd
in Amersfoort tentoongesteld in ruitvormige blokken van vier foto’s, met
telkens een vooruitfoto bovenin, een rechter foto rechts, een achteruitfoto
onderin en een linkerfoto links. (Moeilijk uit te leggen in woorden trouwens!)
De schaduwzijde van het dorp leverde veel erg donkere beelden op, maar
de door de zon beschenen kant liet op alle oudwitte muren prachtige schaduwen
zien van alles wat er voor die muren stond.
Op dat moment ontdekte ik dat een schaduw een wezenlijk onderdeel is van
het beeld. Moeilijk te fotograferen, omdat het eigenlijk niets is, slechts
een spoor van iets. Niets concreets dus, maar het moet op de foto toch
wel duidelijk te herkennen zijn als de schaduw van iets.
In zonnige landen zijn schaduwen technisch nog moeilijker te fotograferen
omdat het contrast licht-donker daar nog veel groter is dan in onze streken,
maar aan de andere kant beeldend weer gemakkelijker omdat door het grote
contrast de schaduwvormen veel duidelijker uitkomen.
Vanaf het moment van die ontdekking ben ik ook bewust schaduwen gaan fotograferen.
Schaduwen geven dikwijls ritme aan de opname. Bij muren wordt de textuur
van de muur geaccentueerd. Soms zijn schaduwen zwaar en log en zeker beeldbepalend,
dan weer zijn ze dun en ijl.
De schaduwen bepalen steeds voor een groot deel de compositie door de
opvallende aanwezigheid. De mooiste schaduwen vind ik die waarvan het
schaduwgevende voorwerp niet op de foto te vinden is. Daardoor wordt de
fantasie van de kijker geprikkeld.
© Ben de Graaf Bierbrauwer
Reacties naar benilse@quicknet.nl |